Verjaring van je vordering: hoe artikel 3:307 BW werkt
Je hebt een klant die een openstaande factuur maar niet betaalt. Je stuurt herinneringen, belt af en toe, maar er gebeurt niets. Dan komt er van alles tussendoor: nieuwe opdrachten, drukte, andere prioriteiten. Voor je het weet zijn er jaren voorbij. En op een dag besluit je alsnog dat het genoeg is en wil je het geld opeisen. Maar dan kan er een vervelende verrassing zijn: je vordering is misschien verjaard.
Verjaring betekent dat je na verloop van tijd je vordering niet meer kunt afdwingen bij de rechter. De schuld verdwijnt niet helemaal, maar je verliest wel het juridische middel om betaling af te dwingen. Voor ondernemers is dit een belangrijk onderwerp, want het gaat vaak om geld dat je gewoon nog tegoed hebt.
Wat regelt artikel 3:307 BW?
Artikel 3:307 BW gaat over de verjaring van een vordering tot nakoming. Kort gezegd: een vordering waarbij je van iemand verlangt dat hij zijn afspraak nakomt, verjaart in beginsel vijf jaar na de dag waarop de vordering opeisbaar is geworden.
Nakoming klinkt abstract, maar het komt heel vaak voor. Denk aan:
- Betaling van een factuur die je hebt gestuurd;
- Levering van een product of dienst die je hebt gekocht;
- Het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor je hebt betaald.
Steeds gaat het erom dat de andere partij doet wat is afgesproken. En voor al die gevallen geldt in de basis dezelfde termijn van vijf jaar.
Wanneer begint de termijn te lopen?
Het startpunt is het moment waarop de vordering opeisbaar wordt. Dat is het moment waarop je betaling of nakoming daadwerkelijk kunt verlangen. Bij een factuur is dat meestal de vervaldatum: de dag waarop de klant uiterlijk had moeten betalen. Vanaf dat moment gaat de klok tikken.
Stel dat je factuur op 1 maart moest zijn betaald. Dan verjaart je vordering in beginsel op 1 maart vijf jaar later. Daarna kan de klant zich tegenover de rechter beroepen op verjaring en heb je geen sterk juridisch middel meer in handen.
Verjaring is te voorkomen
Het goede nieuws is dat je de verjaring kunt tegenhouden. Dat heet stuiting. Door de verjaring op tijd te stuiten, begint er een nieuwe termijn te lopen. Zo houd je je vordering levend, ook als je nog niet meteen naar de rechter stapt.
Stuiten kan bijvoorbeeld door een duidelijke schriftelijke aanmaning of mededeling te sturen waarin je ondubbelzinnig meedeelt dat je je recht op nakoming voorbehoudt. Belangrijk is dat je dit voordat de vijf jaar om zijn doet. Een vage herinnering is niet altijd voldoende; het moet duidelijk zijn dat je aanspraak blijft maken op betaling of nakoming.
Waar moet je op letten?
Verjaring lijkt ver weg, maar in de praktijk lopen termijnen sneller op dan je denkt. Houd daarom rekening met het volgende:
- Weet wanneer je termijn loopt. Noteer bij openstaande vorderingen de vervaldatum en reken uit wanneer de vijf jaar verstrijken. Zo word je niet verrast.
- Wacht niet te lang met stuiten. Laat je een vordering slepen, stuur dan ruim op tijd een duidelijke schriftelijke mededeling waarin je aangeeft dat je je recht op betaling of nakoming behoudt. Bewaar een kopie en een verzendbewijs.
- Houd je administratie op orde. Bij een geschil moet je kunnen aantonen wanneer de vordering opeisbaar werd en of en wanneer je hebt gestuit. Goede vastlegging van facturen, afspraken en correspondentie is daarbij je beste hulpmiddel.
Door alert te blijven op de termijn van vijf jaar en op tijd actie te ondernemen, voorkom je dat je een terechte vordering kwijtraakt puur omdat er te veel tijd overheen ging.
Bronnen
art. 3:307 BW — Verjaring nakomingsvordering. Een vordering tot nakoming verjaart in beginsel vijf jaar na opeisbaarheid. wettekst↗ · rechtspraak↗
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.